


De Langstraatsite is ontwikkeld door J.S.M. van Velthoven© Alle rechten voorbehouden





Mensen die vroeger een functie hebben gehad op de Langstraatspoorlijn zijn er (haast) niet meer. Mensen die met de trein naar hun werk of op vakantie gingen komt men nog sporadisch tegen. Wat men nog wel aantreft zijn mensen die vroeger onderwijs in Waalwijk of Den Bosch volgden. Heel wat jongeren uit de Langstraat bezochten de HBS te Waalwijk; het gymnasium en de kweekschool in Den Bosch. Ook de MULO in Raamsdonksveer en de LTS had nogal wat leerlingen uit de Langstraat. Als men met die mensen spreekt hoort men steeds dat het oudste materieel op de lijn werd ingezet.
Er waren zelfs aparte coupes voor scholieren om te voorkomen dat de andere reizigers, d.w.z. reizigers 2e en 3e klasse er niet te veel last van hadden. Er werd in die coupes behoorlijk keet geschopt; er vonden ook z.g.n. ontgroeningspraktijken plaats. Als nieuwkomer werd je soms onder de banken geschopt en mocht je de coupe niet verlaten ook al was je op de plaats van bestemming aangekomen. In de coupes zaten jongens en meisjes bij elkaar. Wanneer de seksen wat losjes met elkaar omgaan kan het gebeuren dat je als meisje in een niet zo elegante houding in het bagagerek van een coupe belandt. Ik had een keer een gesprek met Frans Pulles die de LTS in Den Bosch bezocht. Hij had het over meisjes kietelen. Nou, het resultaat daarvan is reeds boven beschreven. Lees Frans zijn verhaal onder lijnbekenden en er wordt u veel duidelijk.
De spoorlijn diende niet alleen voor het woon-werkverkeer en schoolbezoek. Ook voor bedevaarten en schoolreisjes werd de lijn veel gebruikt. We hebben het dan over de bedevaart naar Kevelaer, Waalwijk (H. Antonius), Elshout, Den Bosch en over de schoolreisjes naar de H. Landstichting in Nijmegen en de passiespelen te Tegelen.
Ook in de coupes waar men de volwassen forensen naar Waalwijk en Den Bosch aantrof was wel het een en ander op te merken over de door hen gehanteerde normen en waarden. Binnen die coupes verliep het ook allemaal niet zo netjes. Lees hiervoor het bericht uit dagblad De Stem van 26 januari 1949 dat integraal is opgenomen in het interview met Frans Pulles.
De trein zorgde ook voor langdurige relaties. Er zijn nogal wat vrouwen en mannen die in een coupe van de Langstraatspoorlijn elkaar het jawoord gaven.
Frans Pulles:
Frans is geboren op 2 maart 1932 in Drunen. Hij woonde van 1934-1957 op wachtpost 33 c.q. Kuikse Heide met als huisnummer C.66. Zijn hele jeugd, met de nodige streken erbij, bracht Frans door op wachtpost 33.
In de omgeving van wachtpost 33 woonden een zevental boerengezinnen; meestal hadden ze 4 koeien, 3 varkens, 20 kippen, wat boomgaard en 1.5 ha grond. De gezinsgrootte varieerde van drie tot wel 14 kinderen; ergo: veel armoede.
De vader van Frans, Piet, heeft nooit bij de spoorwegen gewerkt. Hij werkte wel 22 jaar bij de tramwegmaatschappij HB later de BBA. Zijn werkzaamheden bestonden o.a. uit het uitvoeren van lijnonderhoud aan het tramtraject Drunen-Kaatsheuvel. Opheffing van de tram in 1938 betekende voor zijn vader ontslag c.q. het einde van zijn dienstverband bij de BBA. Hij ontving 500 gulden voor de afkoop van pensioenrechten. Toen Piet Pulles met zijn gezin op wachtpost 33 kwam wonen was hij net 40 jaar geworden. Hij kwam toen niet meer voor een vaste baan bij de NS in aanmerking ook al had hij op spoorweggebied de nodige ervaring.
Frans was in zijn jeugdjaren bevriend met een zoon van de haltechef Kruissen van het station Drunen=Heusden. Hij heeft in zijn jeugdjaren heel veel positieve dingen beleefd; hij kijkt er met een goed gevoel op terug.
Frans heeft niet veel met de trein gereisd in die tijd. Dat kostte alleen maar geld. Alle afstanden werden afgelegd per step of op de fiets met harde banden. Naar Den Bosch of Waalwijk fietsen was heel gewoon. Toen Frans op de LTS in Den Bosch zat mocht hij voor de wintermaanden een jeugd(maand)kaart kopen; deze kostte ongeveer fl. 9,50. De andere maanden werd er per fiets naar de LTS gereden.
Zijn vader had toen een weekloon van ongeveer fl. 36,00 per week bij de Lips. Frans was toen tussen de 14-16 jaar, en kostte alleen maar geld. Hij mocht een vak leren, een uitdrukking van zijn moeder die hij wel honderd keer heeft gehoord als hij eens vroeg om b.v. meer zakgeld of een nieuwe fiets.
Frans bezocht de LTS in Den Bosch omdat daar de opleiding autotechniek kon worden gevolgd. Ook het vak van meubelmaker en metselaar kon men alleen in Den Bosch leren. Er zaten bij Frans dus jongens uit Raamsdonksveer en Waspik in de trein naar Den Bosch. De LTS welke Frans bezocht was gelegen aan het kapelaan Koopmanplein in den Den Bosch. Vanaf het station in Den Bosch moest er daarna nog een dik kwartier gelopen, Frans zei rennen, worden. Wanneer hij met de trein mocht reizen ging hij eerst te voet of met de fiets naar het station Drunen=Heusden. Frans was in het bezit van een speciale groene kaart welke hem toestemming gaf langs de spoorlijn te lopen of te fietsen. Het voeren van licht was verboden; dit kon de machinist in verwarring brengen. Hij liep of fietste dus over het grintpaadje en de trein raasde je op amper 2 meter afstand voorbij. De treinen reden daar met de hoogste snelheid t.w. 60-70 km per uur.
Met enige regelmaat kwam in de buurt bij wachtpost 33 een trein tot stilstand als gevolg van pech aan de loc zoals een lekkende stoomleiding of een gebroken koppelstang van de aandrijfwielen. De reizigers en het personeel stapten bij mooi weer dan uit, en het duurde soms uren voordat er een andere loc kwam om de zaak af te slepen. Even bellen bij wachtpost 33 was er niet bij want ze hebben daar nooit telefoon gehad (waterleiding, stroom en gas trouwens ook niet).
Het begrip sjoemelen bestond ook al in dertiger en veertiger jaren. In de oorlogsjaren had de familie Pulles geen gebrek aan kolen. Een bevriende machinist uit Vlijmen, de Pranger, gooide met plezier wat kolen af bij de wachtpost 33 als hij passeerde. Frans ging dan op de step met zijn moeder de kolen rapen. Als tegenprestatie nam zijn moeder op gezette tijd een halve liter jenever, in een onopvallende verpakking, uit Den Bosch mee welke Frans op wachtpost 39 moest bezorgen. Als beloning kreeg Frans een appel. De week daarop lag er weer volop cokes in de buurt van wachtpost 33.
De haltechef van Drunen=Heusden Kruissen had voor bewoning de 1e verdieping en zolderverdieping van het stationsgebouw tot zijn beschikking. Op de begane grond bevonden zich de dienstgebouwen. Op de 1e etage bevonden zich een grote woonkamer, een zitkamer en een keuken; daarnaast waren er nog 2 slaapkamers allemaal voorzien van een kolenkachel. Verder waren er op de zolder nog 2 slaapkamers aanwezig waar het ’s winters i.v.m. de kou niet goed toeven was volgens Frans die wel eens op het station logeerde bij vriendje Henk. De kolenkachels behoorden tot de inventaris c.q. waren eigendom van de NS. De gehele bewoning was gratis incl. water, elektra en telefoon. Daarnaast kon het gezin van de chef onbeperkt vrij reizen in de 3e klasse. Kolen heeft de haltechef nooit gekocht. De kolen werden gehaald uit de voorraad dienstkolen die bestemd was voor de verwarming van de stationsgebouwen. Het inkomen van de chef is Frans onbekend, maar de chef vertelde wel eens tegen iemand dat hij wel tweemaal zoveel verdiende als een arbeider. Een arbeider verdiende in die tijd fl. 35,00 per week.
Tijdens de bevrijding van Drunen op 4 november 1944 werd wachtpost 33 zwaar beschadigd door twee granaatinslagen. M.b.v. planken en stutten heeft men het huis voor de helft bewoonbaar kunnen maken.
Pas in mei 1946 werd door NS het huis hersteld. De huishuur, fl. 2,50 per week, werd ook gedurende de 20 maanden dat de woning onbewoonbaar was, elke week door de chef opgehaald.
Een van de jaarlijkse hoogtepunten was het huisbezoek c.q. de visitatie door de Chef-opzichter van het traject; deze woonde in een prachtige dienstvilla in Moerdijk. Zijn naam was Van Starkenburg.
Zijn komst werd al weken van tevoren aangekondigd met de juiste datum en tijd erbij. Iedereen was dan ook heel bezorgd en bang. Alles in huis en buiten moest er piekfijn uitzien overeenkomstig de regels in de huurovereenkomst. Die regels waren zeer strikt. Enkele voorwaarden: beplanting om het huis mocht niet hoger zijn dan 60 cm dit i.v.m. goed uitzicht op de overweg. Het was verboden om duiven te houden en men mocht niks aan het in- of uitwendige van de woning veranderen. Het was zelfs verboden om spijkers in de muren te slaan aan de buitenzijde. De schoorstenen moesten jaarlijks worden geveegd door een erkende veger (de nota werd soms door de opzichter opgevraagd).
De dakgoten moesten brandschoon zijn en om dit te controleren gebruikte hij een laddertje. Het hoogtepunt was als na de inspectie aan de bewoner gevraagd werd of hij of zij nog wensen had. Die waren er natuurlijk genoeg en in alle onderdanigheid werden die dan aan de opzichter kenbaar gemaakt; een assistent schreef de wensen op. De opzichter vertrok daarna weer met zijn motorlorry . Of er nog iets aan de klachten gedaan zou worden werd na een half jaar per brief medegedeeld. Meestal werd aan de klachten niets of weinig gedaan. De noodzakelijke reparaties werden dus door de bewoner dan maar zelf gedaan.
Frans vertelt hoe hij met vriendjes probeerde met kiezelstenen de porceleinen isolatoren van de telegraafpalen stuk te gooien. Een andere hobby was kiezelstenen op de rails te leggen. Deze knarsten dan met rook en lawaai kapot als er een trein over reed.
In 1944 maakte Frans maakte een angstig avontuur mee wat die kiezels betreft en stopte daarna met het leggen van kiezelstenen. Wat was het geval? Omstreeks juli-augustus 1944 zou hij op een mooie zomeravond rond 22.00 uur met nog drie andere jongens flink wat stenen op de rails gaan leggen. Men had daartoe de rails ter hoogte van het huidige Land van Ooit uitgekozen c.q. een beboste omgeving. De laatste trein zou om 22.20 uur vanuit Drunen richting Den Bosch stomen. Het was al behoorlijk schemerig en men had enkele meters aan kiezels gelegd. Men kroop toen op veilige afstand in het struikgewas om het een en andere af te wachten. Wat gebeurde? Even na 22.00 uur zagen de jongens vanuit richting Den Bosch een zware trein aankomen.
Achteraf bleek dit een extra militaire trein te zijn. Meteen nadat de locomotief over de kiezels had gereden remde deze sterk af en kwam tot stilstand. De machinist vermoedde een aanslag op het spoor. Meteen sprongen er tientallen Duitsers met geweren uit de trein. De jongens zetten het op een vluchten en kwamen ongezien weg zij het met de nodige schrik en angst. Vanuit het raam van wachtpost 33 keek Frans toe wat er zoal gebeurde. De machinist en enkele soldaten klopten bij wachtpost 33 aan en vroegen aan Frans zijn ouders of zij telefoon hadden en of zij niks vreemds hadden gezien. De moeder van Frans, die alleen thuis was, had natuurlijk niks gezien en Frans al helemaal niet. Pas vele jaren later heeft Frans dit voorval bij zijn ouders opgebiecht.
Tijdens de spoorwegstaking in september 1944 moest ook de haltechef van Drunen=Heusden onderduiken. Hij heeft toen 's nachts een paar keer geslapen in de lege houten geitenstal.
In de strenge winter van 1947, de trein reed toen weer sinds oktober, mocht Frans met de trein naar de LTS in Den Bosch. Het was pure lol in de coupes met de meisjes. De wagons waren voorzien van aparte coupes met 6-8 zitplaatsen.
Op een gegeven moment zaten of lagen er wel 10 personen in de coupe. Ook in de bagagenetten lagen mensen. En maar zingen, stampen en met de meisjes spelen (kietelen) vertelt Frans. Enorme herrie dus. Tijdens een stop te Vlijmen kwam er bij Frans in de coupe een deftige heer zitten voorzien van hoed en leren jas. Men keek eerst wat vreemd maar men ging al spoedig verder met herrie schoppen. Vlak voor het station van Drunen stond bovengenoemde heer op en liet een kaart zien met een gouden penning met daarop zijn naam.
De man was van de spoorwegpolitie en heette Suikerbuik. De naam zorgde voor de nodige hilariteit. Het lachen verging de jongelui echter snel. De heer Suikerbuik nam alle jeugdkaarten in beslag en zette het stel in Drunen uit de trein. Voor Frans was dat niet zo erg. Hij was zowat thuis maar voor een vijftal andere jongens uit Waalwijk en Waspik was het niet zo leuk. Zij moesten maar zien hoe ze thuiskwamen.
De volgende dag kreeg iedereen zijn kaart van de haltechef weer terug. Frans vertelde, dat ze na dit voorval wel wat rustiger waren geworden.
Sjaak Muller, een zoon van Dirk Muller, zat rond dezelfde tijd met Frans op dezelfde LTS in Den Bosch. Hij vertelde dat ook zijn jeugdkaart door dhr. Suikerbuik was ingenomen omdat deze hem er van verdacht met een sigaret een gaatje in de lambrisering van de coupe te hebben willen branden teneinde in de andere coupe naar meisjes te kunnen kijken.
Als aanvulling op het verhaal van Frans en Sjaak vond ik een bericht uit het dagblad De Stem van 26 januari 1949. Men heeft het dan over Ongewenste toestand in de personentrein Lage Zwaluwe. De KAJ werd van het navolgende feit in kennis gesteld. In een der wagons van de personentrein op het traject Lage Zwaluwe-Den Bosch is het licht regelmatig defect. ‘s Avonds en ‘s morgens wordt hiervan sterk misbruik gemaakt door mannelijke en vrouwelijke personen die naar en van hun werk reizen. Verzocht is deze trein voortaan op elk station te laten controleren (op wat?). In de wagons werd gezoend en gevoeld.
Naast wp33 stond een zwart schuurtje waarin het ’s zomers snikheet was; men haalde het boeiboord eraf om te kunnen ventileren. De vader van Frans werkte in die tijd in Frankrijk.
De trein Lage Zwaluwe-Den Bosch kwam binnen en vertrok vanaf het huidige perron 1a (onder de loopbrug).
Frans weet nog een verhaal over de vervanger B., hij kwam uit Den Bosch, te vertellen. Nadat de laatste trein rond 21.30 vanuit Drunen naar Den Bosch was vertrokken en hij de spoorbomen bij wp32 aan de Wolfshoek had neergelaten en vervolgens had opgehaald moest hij per fiets naar Den Bosch toe. Deze man had daar echter geen trek in. Hij sloot een deal met Pieter van S. van het stationskoffiehuis dat tegenover het station lag. B. zou het station afsluiten en Pieter zou voor het vertrek van de laatste trein richting Den Bosch de bomen neerlaten en ophalen. Zo kon de heer B. op de trein richting Den Bosch stappen en zich een fietstocht naar Den Bosch besparen. Op een gegeven moment kwam men achter de handel en wandel van de heer B. Zijn deal met Pieter van S. kwam hem op een berisping te staan. Voortaan toch maar weer met de fiets naar de Hertogstad.
Slechts een van de kinderen van de haltechef Kruissen bleef het spoor trouw; dat was Antoon. Later is hij overgeplaatst richting Lage Zwaluwe.
Piet, een andere zoon, heeft nog op de naoorlogse spoorbussen gereden. Piet bestuurde later ook de z.g.n. bussen met oplegger. Dat waren de bekende Crossly bussen met Rolls Royce motoren. Als Frans met de bus ging dan probeerde hij voorin een plaatsje te bemachtigen. Voorin had men vanaf het verhoogde gedeelte goed zicht op het reilen en zeilen binnen de cabine. De snelheid lag meestal rond de 60 km/uur.
Frans weet nog dat de tramlijn van Drunen naar Baardwijk onder een overspanning van de brug over de Baardwijkse Overlaat ter hoogte van wachtpost 30 lag. Toen de tramlijn werd opgeheven en het tramspoor werd opgebroken resteerde onder die overspanning alleen nog een karrenspoor. Het vroegere karrenspoor is de toerit geworden naar de A59 richting Zonzeel. Vroeger sloeg de tram nadat ze onder de overspanning was doorgereden links af en vervolgde ze haar route richting Baardwijk. Voor Baardwijk passeerde ze de brug over het Afwateringskanaal welke voorzien was van tramrails.
Frans vertelt dat het station Drunen=Heusden 2 perrons had; treinen uit de richting Lage Zwaluwe en Den Bosch konden daardoor elkaar kruisen. Het kwam volgens Frans geregeld voor dat er in Drunen=Heusden gekruist werd en dat daardoor beide perrons in gebruik waren. Meestal stopten de treinen bij het 1e perron. Bij wp32 in de Wolfshoek lag een wissel. Hier kwamen de perronlijnen samen. Het wissel is uitgenomen tijdens de herstelwerkzaamheden tussen 1945-1946 en er werd daarna niet meer gekruist.
Er bestaat een foto waarop de familie Loeff-Bongaerts cs in de dertiger jaren van de 20e eeuw op het 2e perron van het station Drunen=Heusden staat te wachten op de trein komende vanuit Lage Zwaluwe. Dit perron was bestraat met klinkers in diagonaal verband gelegd.
Er stonden langs de weg van wp32 naar het station prachtige lindebomen; tevens trof men er dat typische diagonale zwart-witte gevlochten hekwerk aan. Naast het station stond een retirade en daarnaast een schuurtje waar de schoppen, de bijlen en de kolen enz. werden bewaard.
Voorzover Frans weet was in zijn tijd de 1e en 2e klasse wachtkamer (gezamenlijk) niet meer in gebruik. Deze wachtruimte werd gebruikt om er pakjes, dozen e.d. op te slaan. In deze wachtkamer waren de zittingen langs de muur bekleed. In de wachtkamer 3e klasse stonden 2 grote hoge kachels. De banken welke langs de muur bevestigd waren boden plaats aan minstens 50 personen.
Frans vertelt dat, om de haltechef te ontlasten v.w.b. de avonddienst en morgendienst (van 06.00-23.00), vervangers werden ingezet. Jos de Wit was zo’n vervanger. Na de oorlog waren er op het station twee vervangers uit Maastricht gestationeerd. De vervangers kwamen meestal uit Waalwijk of Den Bosch. Jos de Wit kreeg in die tijd een relatie met Janny Brok, die elke dag, van Drunen naar Den Bosch met de trein reisde.
Toen het op 31 juli 1950 was gedaan met het personenvervoer is Kruissen vroegtijdig met pensioen gegaan. Hij ging Hoover wasmachines verhuren. Volgens Frans is Kruissen niet oud geworden. Toen hij stierf waren alle kinderen al uit huis. Zijn vrouw bleef in het station wonen en ging kostgangers houden. Dit waren mensen die bij Lips werkten.
Volgens Frans bestaat er een verschil tussen de Drunensche en Kuiksche Heide. De Drunensche Heide is het gebied dat momenteel de Bosscheweg is. Komende vanuit Nieuwkuik staat rechts van de weg het cafe De Heide. Dit is het cafe van H. Pulles-de Wit (geen familie van Frans). Links daarvan lag de Drunensche Hei thans Bosscheweg en rechts van dat cafe ging men de Kasteeldreef op. Frans vertelde mij dat wp33 niet aan de de Kasteeldreef lag. Er liep een (zand)pad van wp33 naar kolenhandel Koks in de Wolfshoek.
Ik woonde zelf van 1953-1956 in de Wolfshoek op 76. Ik weet dat de Kasteeldreef die langs de Lips (betonfabriek) liep uitkwam in de Wolfshoek bij wp32. Veel van mijn klasgenoten kwamen uit de buurt van wp33. Zij liepen via een weg die liep langs bakker van Delft en taxichauffeur Tinus van Iersel naar de Wolfshoek.
Voordat het Afwateringskanaal, Drongelen-Den Bosch, was aangelegd was de Baardwijkse Overlaat nog volop in gebruik hetgeen betekende dat men tijdens de wintermaanden alleen per boot of via de brug over de Overlaat vanuit Drunen naar Baardwijk kon. Nol van Hulten alias Nol de Schipper of misschien zijn vader die in Elshout woonde zette toen vanaf de Elshoutse Dijk met een boot mensen en goederen over richting Baardwijk. Het water stond soms 1.50 meter hoog in de Overlaat.
Frans vertelt dat de structuur van station Vlijmen identiek was aan die van Drunen=Heusden. Noot: ook Hooge Zwaluwe en Waspik hadden dezelfde structuur als Vlijmen. Wat de opslag van goederen op het station betreft heeft het Frans over groente-fruit-lederwaren e.d.
De goederenloods werd beheerd door de loodsbaas. Eenmaal per dag werden de geladen wagons opgehaald en lege wagons afgeleverd. Er waren geen seinen op het emplacement. Frans kent 2 namen van machinisten t.w. Kievits en de Klerk.
Als je voor het station stond had je links de retirade en opslagruimte. Rechts daarvan lag een pad waardoor men op het perron kon komen of het perron kon verlaten. Rechts daarvan lag het station. We beginnen met een wachtkamer 3e klasse welke via een deur toegang tot het perron gaf. Rechts van die wachtkamer lagen het kantoor van de chef en de wachtkamer 1e en 2e klasse. Deze twee locaties hadden elk een eigen deur waardoor men het perron kon bereiken.
Wanneer men het station binnenstapte kwam men in de vestibule terecht. Links verschafte een deur toegang tot de wachtkamer 3e klasse. Recht vooruit kwam men bij het loket aan en pal daarnaast was een deur waardoor men de 1e en 2e wachtkamer kon bereiken (die deur was afgesloten). In de wachtkamer 1e en 2e klasse zat ook een deur om het perron te bereiken. In de vestibule zat uiterst rechts de dienstwoning. Deze had uiterst rechts buiten het station een ingang. Vanuit het station liep naar beneden een pad naar de Veilingstraat. In die straat stond o.a. het stationskoffiehuis van Van Son.
Gedurende de periode 1945-1947 heeft men het traject Zwaluwe-Den Bosch weer gereed gemaakt voor exploitatie. Voor het station Drunen=Heusden betekende dit dat het 2e perron kwam te vervallen en dat het wissel bij wp32 werd uitgenomen. Het 2e perron verdween simultaan met de afbraak van het station.
De foto’s van Frans Pulles kunt u hieronder bekijken in een fotogalerij.
U vindt hierin b.v. een groepsfoto van jongens uit de Langstraat die de LTS in Den Bosch bezochten. Deze foto is genomen in 1948 op perron 1 in de Hertogstad. Op de foto staan Sjaak Muller, Frans Pulles, Jan Maas, Ben van Willigenburg en Johan Janssen. De trein staat gereed voor vertrek richting de Langstraat.
Afgelopen woensdag 29 juni 2011 was ik weer op bezoek bij Frans. Hij vertelde dat de kopjes en schoteltjes stonden te rinkelen in de servieskast als een trein passeerde. Op nog geen vijf meter van hun wachtpost denderden n.l. zware goederentreinen met een snelheid van soms wel 70 km/uur langs. Als men aan het kaarten was konden de centen niet op tafel blijven liggen. Nadat de laatste trein gepasseerd was bracht de moeder van Frans haar servieskast weer op orde. Het wonen in een wachtpost was leuk maar ook gevaarlijk.
Riek van Lieshout:
Riek van Lieshout werd geboren op 13-01-1933 in de Gasthuisstraat in Geertruidenberg als zesde kind van de zeven kinderen die het echtpaar Adrianus Franciscus van Lieshout en Maria Cornelia Schrauwen kregen. Maria, met als roepnaam Kee, kwam uit Rijsbergen.
Adrianus Franciscus van Lieshout werd op 24-02-1894 te Berlicum geboren, en begon zijn loopbaan bij de spoorwegen op het toenmalige station Sterksel aan de lijn Eindhoven-Weert als adminstratief medewerker. Daarna werd hij overgeplaatst naar Aalst=Waalre aan de lijn Eindhoven-Valkenswaard-Achel-Neerpelt. Zijn volgende standplaats werd het station Bilthoven aan de lijn Utrecht-Amersfoort. Rond 1929 verhuisde het gezin naar de Gasthuisstraat in Geertruidenberg.
Janus ging werken op het station Geertruidenberg waar G. Arends stationschef (3e klasse) was. G. Arends was stationschef te Geertruidenberg van 16-06-1928 tot 01-05-1931. De volgende stationschef werd J.A. Douwes, en wel van 01-05-1931 tot 01-02-1936. Daarna kwam G. Broersma van 01-02-1936 tot 01-07-1939, gevolgd door R.L. de Vries van 01-08-1939 tot 01-05-1940.
Hieronder volgt een overzicht van de chefs van Geertruidenberg dat ik op Stationsweb vond:
S. van ’t Haaf (cst4) 24-10-1886 tot 9-11-1890
G. van der Sterren (cst3) 16-11-1890 tot 15-10-1905
B.D. kruidenier 16-10-1905 tot 30-9-1910
P.F.J. Corbesier 1-6-1914 tot 30-6-1920
G. Arends 16-6-1928 tot ?
J.A. Douwes 1-5-1931 tot 31-1-1936
H.H. Weulen Kranenberg (hch/cst) 16-9-1940 tot 18-1-1950
H. Wiersma (hch/cst4) 1-3-1949 tot 14-8-1950
De functie van haltechef te Geertruidenberg is per 1-1-1950 opgewaardeerd naar stationschef. Zowel Weulen Kranenburg als Wiersma werden cst vanaf die datum.
Janus van Lieshout was een spoorwegman pur sang. Hij maakte de 40 jaar bij SS en NS vol en ging in 1955 op 61 jarige leeftijd met pensioen. Lang heeft hij van zijn pensioen niet genoten. Hij wordt overreden door een auto en sterft op 20 oktober 1960 te Breda aan de gevolgen daarvan.
Riek weet te vertellen dat haar vader door avondstudie zich in het Seinwezen en het bedienen van de Morse-telegraaf heeft verdiept. Op de Langstraatspoorlijn vond in die tijd de aankondiging van treinen vanaf de beginstations naar de aan de lijn gelegen stations plaats d.m.v. de Morse-telegraaf. Dit systeem was in 1939 nog in gebruik, en ik ga er maar van uit dat dit tot 1 augustus 1950 het geval is geweest.
Het gezin van Lieshout breidde zich uit, en men moest omzien naar een grotere locatie. Dit werd het voormalige pand van dokter Berkestein in de Brandestraat.
In 1940 verhuisde men naar Zuidwal 23, schuin tegenover spoorman A. Adriaanse. Als in 1944 de spoorwegstaking wordt uitgeroepen staakt ook Janus zijn werkzaamheden en duikt hij onder bij de familie Schreuder in de Koestraat. Voor de deelname aan de staking heeft hij nog een oorkonde ontvangen.
Voorafgaande aan de bevrijding van Geertruidenberg begin november 1944 blazen de Duitsers beide bruggen over de Donge op. De explosie is zo heftig dat de familie van Lieshout zelfs stukken van de brug en 4 granaten terug vindt in hun woning aan de Zuidwal. Het pand is niet meer bewoonbaar en de familie neemt haar intrek in de kantoorruimte van het station, d.w.z. achter het loket. Riek denkt dat ze daar ongeveer een maand vertoefd hebben. 's Avonds ging men slapen bij slager van Es in de Koestraat.
Men verhuisde daarna naar een huis in de Brandestraat achter de winkel van de familie van Gelder. Meester Woutje Mulders heeft e.e.a. geregeld. Op 10 mei 1945 vieren daar Janus en Kee hun 25-jarig huwelijksfeest. Het moet een uitbundig feest geweest zijn. Vrienden en kennissen zorgden o.a. voor eten en drinken. De volgende locatie wordt Emmaweg 1.
Na juli 1950 verhuisde men naar het bovengedeelte van het station van Geertruidenberg. Toon van der Pluijm komt op Emmaweg 1 te wonen. De kat van de familie van Lieshout, die niet kan aarden op het station, blijft bij Toon en Lieneke van der Pluijm-van Maaswaal wonen.
Riek vertelde dat toen ze in 1950 slaagde voor haar coupeuse examen en met haar diploma thuiskwam als cadeau een doos met verhuisspullen in de hand gedrukt kreeg om die over te brengen naar het station.
De laatste stationschef is na het opheffen van het reizigersvervoer overgeplaatst. Janus is nooit stationschef geweest, en blijft nog 5 jaar lang de baas over een station waarvan de wachtkamers gesloten zijn.