De Langstraatsite is ontwikkeld door J.S.M. van Velthoven© Alle rechten voorbehouden

Introductie
Herinneringen 02

Bij mijn oma op de boerderij in Geertruidenberg werkte eind veertiger jaren iemand die uit Raamsdonksveer kwam. Volgens mij heette die man Van Seters. Hij wandelde elke zondagmorgen rond de mis van 10.00 uur naar zijn ouders in Raamsdonksveer. Met de Kerk had hij m.i. niet zoveel. Hij hield wel van treinen dacht ik, en dat kwam mij goed uit. Ik wandelde met hem mee en als de trein vanuit Geertruidenberg rond 10.30 uur richting het Veer vertrok probeerden wij, hardlopend, nog voor de trein bij de spoorbrug te zijn. Dat lukte altijd.

Om boodschappen te doen in Waalwijk of Den Bosch stapten wij ook wel eens  bij ome Manus op de trein. Ome Manus had een cafe bij de halte Raamsdonksveer=Keizersdijk. Hij hield er ook een dames- en herentoilet op na. Volgens mij zat in de in 1890 aangebouwde wachtkamer bij wp 15 geen damestoilet maar wel een herentoilet. Nog in 1938 is daar over geklaagd en verder werd er nog geklaagd over het feit dat bij wp 15 de overwegbomen werden bediend door een vrouw.

De in 1890 aangebouwde wachtkamer had aan de voorzijde een deur. Om de hoek trof men een schuifraam aan. Daar kocht mijn moeder de kaartjes bij bij de vrouw van Bart Meulerik. Naast dat schuifraam bevond zich een deur en naast die deur weer een toegang tot het herentoilet.

 

Na het kopen van de kaartjes gingen we naar Ome Manus, en wachtten daar tot de trein kwam. Ome Manus baatte dus een cafe uit. Men kon er ook wat eten; ik geloof niet dat hij er menukaart op na hield. Voor ons was dat geen bezwaar want eten in een cafe of restaurant deed mijn moeder gewoon niet. Mijn moeder dronk er haar koffie en ik kreeg zelfs Ranja. Mijn moeder had natuurlijk wel boterhammen in een papieren zak van thuis meegenomen maar die werden alleen in de trein opgegeten. In menig etablissement hing n.l. het bordje: "Het nuttigen van meegebrachte spijzen is niet toegestaan."

We gingen bij ome Manus aan het raam zitten zodat we trein uit Den Berg over de spoorbrug konden zien aankomen. Als dat het geval was liepen we naar het uit koolas en bielsen samengestelde perron van de halte.  

Bart had ondertussen zijn houten overwegbomen zonder traliewerk maar wel voorzien van reflectoren neergelaten. De locomotief passeerde sissend en in wolken van rook en stoom gehuld de overweg om vervolgens langs het perron te stoppen. Nadat de laatste wagon de overweg was gepasseerd haalde Bart de overwegbomen weer op zodat het verkeer zijn weg over de Keizersdijk en Maasdijk weer kon vervolgen. De conducteur leidde ondertussen het in- en uitstappen van de treinreizigers in goede banen. Ook handelde hij de bagage af. Wij klommen vanaf het zeer lage perron in de coupe en spoorden richting Raamsdonk. Ik vond dit altijd een mooi traject. Je keek op de achterzijde van de Keizersdijk, de Prins Hendrikstraat en de Julianalaan.  Ook passeerde je zowel links als rechts van de lijn een korenmolen.  

 

In mei 1948 trouwde de jongste zus van mijn vader en ging in Eersel, een van de Acht Zaligheden, wonen. Tot augustus 1950 gingen mijn moeder, ik en een nichtje van mij dat in Raamsdonk woonde tijdens de grote vakantie naar die tante. Bij mijn oma in de Koestraat was geen spoorboekje aanwezig. De buren van mijn oma t.w. Tom Scherer en zijn vrouw Tona hadden wel een spoorboekje want hun zoon Jan bezocht in die tijd n.l. de Zeevaartschool in Dordrecht, en moest dus geregeld met de trein van Geertruidenberg naar Dordrecht. Als wij dus met de trein op reis gingen liet mijn moeder mij bij Tona Scherer vragen wanneer de trein naar Den Bosch vertrok. Tona zei dan tegen mij in haar Bergs dialect dat we moesten 'moaken de we om half elf op het station ware'. De trein vertrok n.l. om 10.41. Anders moesten we met de bus of met de trein van half drie richting Den Bosch.

Ik met die informatie terug naar mijn moeder en die vertelde mij dat ik haar moest waarschuwen als op de wekker, welke  bij mijn oma in de z.g.n. glazen kast stond, de kleine wijzer op tien en de grote wijzer helemaal onderaan stond. Zo heeft men mij reeds op jonge leeftijd de klok geleerd. Ik hield de wekker in de gaten en vond het op een bepaald tijd dat mijn moeder en ik met onze gele biezen koffers met daarom een bruine riem richting station gingen. Eindelijk liepen we dan met onze bagage via Koestraat en Leerthouwerstraat (de Klim) richting station. Moeder kocht kaartjes aan het loket, het enige wat er te verkrijgen was op het station in Geertruidenberg, en ging in de wachtkamer 3e klasse zitten. Erg druk in de wachtkamer was het niet; e.e.a. zal wel verband gehouden hebben met het tijdstip waarop wij de trein namen. Gesproken werd er in de wachtkamer volop. Mijn moeder kende elke Bergenaar dus een gesprek was snel aangeknoopt. Steevast werd de vraag gesteld waar de reis naar toe ging. Mijn moeder zei dan dat ze naar een zuster van haar man ging die in Eersel achter Eindhoven woonde. Dat was een hele reis.

 

Stationspersoneel trof je soms ook in de wachtkamer aan. Het ging er gemoedelijk aan toe. Ik zat daar niet op te wachten want natuurlijk vertelde de stationsbeamte van Lieshout tegen moeder dat ik zowat elke middag op het perron was te vinden. Mijn moeder was niet eens verwonderd toen zij dat hoorde. Jan houdt nu eenmaal van treinen zei ze dan al weet ik niet van wie hij dat heeft.

Van Lieshout zei tegen mijn moeder dat hij mij verboden had te dicht bij de perronwand te komen en dat ik goed naar hem geluisterd had. Ergo: gevaar was er niet. Nu liepen er tussen 12.00 en 14.00 uur weinig personentreinen het station van Geertruidenberg binnen. Er werd wel heftig gerangeerd met een Sik. Er stonden binnen mijn beleving hele lange goederentreinen op het tweede en derde spoor opgesteld.

Op een gegeven moment verliet meneer van Lieshout de wachtkamer liep het perron richting hendelinrichting om de trein vanuit Lage Zwaluwe binnen te laten.  Ik liep dus ook maar de wachtkamer uit, mijn moeder boos natuurlijk, om te kijken wat meneer van Lieshout op het station aan het doen was. Van Lieshout zei tegen mij:  "Zo Jan ben je daar nu weer?". Gij wilt zeker later stationschef worden met zo'n mooie pet met rode bies? Nou, ik wilde liever machinist worden. Maar dat was van latere zorg.

 

Ik weet zeker dat ik voor mijn clandestiene aanwezigheid op het station niet alleen ben aangesproken door de heer van Lieshout. Er waren daar meer meneren met petten zoals de chef Weulen Kranenburg en de chef H. Wiersma die de zaak in de gaten hielden. Ik hield van treinen en kreeg van mijn 4e tot mijn 6e jaar standjes bij de vleet van bovengenoemde personen. Later ga je natuurlijk begrijpen dat degenen die jou aanspraken op jouw gedrag verantwoordelijk waren voor hetgeen op een station plaatsvond.

Op een gegeven moment zie ik de foto van de heer Alders genomen op vrijdag 28 juli 1950 op het station van Geertruidenberg. Het zal trein 1275, 1279 of 1285 zijn geweest. De treinen vertrokken vanuit Geertruidenberg om 10.41, 14.31 en 19.31.  De stationschef die het vertreksein voor de trein richting Den Bosch geeft is H. Wiersma. Een rijzige grote man. Meneer van Lieshout, die een stuk kleiner is, bedient de hendelinrichting. Achter de conducteur ziet men dat er bagage wordt ingeladen o.a. kinderwagens voor de babyboomers. De conducteur droeg een rode riem.

Ik denk dat ik dat kind ben dat op het perron staat op die foto van Alders.

 

Van Lieshout was een aardige man, een spoorman pur sang. Tijd is tijd en gesloten is gesloten placht hij te zeggen. Dat hebben de mensen geweten die goederen ter vervoer kwamen aanbieden net na sluitingstijd.

 

Op een keer stond ik weer op het perron in Geertruidenberg en zag hoe twee WD locomotieven aan elkaar gekoppeld werden. Meneer van Lieshout vertelde mij dat die ene locomotief moest uitrusten en dus door die andere locomotief op sleeptouw moest worden genomen.  De volgende dag vertelde ik op de kleuterschool dit verhaal. Mijn klasgenootjes begrepen er niks van. Ik had nog nooit gehoord van locomotieven die in voorspan reden!

 

Van 1948-1950 gingen wij dus met de trein via Den Bosch naar die tante en oom in Eersel. Ik vond het altijd een hele ervaring als ik met de trein over het draaigedeelte van de spoorbrug over de Donge reed. Als je dan rechts in de coupe uit het raam keek dan zag je onder de Donge stromen. Als ik het portier had opengedaan was ik zo in de rivier gevallen. Ik herinner me ook nog die harde 3e klasse lattenbanken en de hoge instap. De portieren van de rijtuigen hadden een mooie koperen klink. Met een leren riem, waarin gaatjes zaten, kon men het raampje op verschillende standen kon zetten.

Na de halte Raamsdonksveer=Keizersijk ging het richting Raamsdonk. Rijdende richting Raamsdonk stonden aan de rechterzijde enkele schuingeplaatste witte planken met zwarte strepen erop langs de lijn.  Pas veel later kwam ik er achter wat de functie van die planken was. Ze hadden met de snelheid te maken.

 

Het trace Geertruidenberg-Raamsdonksveer-Raamsdonk kende twee grote bochten. Vanaf de spoorbrug werd via een bocht de halte Raamsdonksveer=Keizersdijk bereikt. Daarna werd een bocht naar rechts gemaakt tot aan de wachtpost 16 (Ganzenwiel). Daarna maakte het trace een bocht naar links om vervolgens parallel lopend aan de St. Bavo de halte Raamsdonk te bereiken.

Bij de halte Raamsdonk stond mijn nichtje reeds op het met koolas verharde perron te wachten om zich bij ons te voegen. Beiden hadden wij, zij als bruidsmeisje en ik als bruidsjonker, geacteerd bij het huwelijk van bovengenoemde tante in mei 1948.  

 

Het trace Raamsdonk-Waalwijk kende aan de zuidzijde lintbebouwing. Men keek tegen de achterkant van de huizen aan. Het gedeelte Waalwijk-Drunen was interessanter. De trein reed daar over de restanten van de eens zo imposante (doorlaat)brug over de Baardwijkse Overlaat. Veel brug was er eind veertiger jaren niet meer te bekennen want in de periode 1945-1940 werden tijdens herstelwerkzaamheden grote delen van de brug vervangen door een aardendam. Het benodigde zand werd aangevoerd vanuit de Drunensche Duinen. De pijlers werden gesloopt tot maaiveldhoogte en het vrijgekomen puin werd afgevoerd naar de Moerdijkbruggen.

 

Het traject Drunen-Den Bosch kende nogal wat bebouwing. Na het station van Vlijmen begon het hoogst gelegen gedeelte van de Langstraatspoorlijn. Men passeerde wachtpost 38 aan de Heidijk en daarna reed men over de Venkantbrug naar de Moerputtenbrug. Na over die brug te zijn gereden kwam men aan bij wachtpost 39 aan de Deuterensestraat.

De trein reed daarna over een grote sluis en er werd een scherpe bocht naar links ingezet om uiteindelijk het viaduct over de Vlijmenseweg c.q. Onderweg te bereiken. Het was een gepiep, geknars en gewring van jewelste. Komende vanuit Geertruidenberg keek ik rechts uit mijn raampje en zag hoe groene electrische personentreinen en goederentreinen getrokken door WD-locomotieven naar Den Bosch, Eindhoven en Tilburg reden.

We zullen die trein naar Eindhoven niet meer halen zei ik tegen mijn moeder. Zij was daar ondertussen ook wel achter gekomen.

Na het viaduct gepasseerd te zijn zag je links een stootblok met spoor liggen. Langs dit spoor lagen biels opgestapeld. Weer wat verder, ook aan de linkerkant zag ik een draaischijf met watertoren. Het geknars en gepiep bleef aanhouden want de trein moest alle sporen oversteken dan wel kruisen om uiteindelijk langs het 1e perron te stoppen. In Den Bosch aangekomen streken we neer in de stationsrestauratie waar men in die tijd nog bediend werd door een ober met een witte schort voor.

Op de webpagina Lijnbekenden ziet u een foto uit 1948 van Frans Pulles uit Drunen. Daarop is goed te zien waar de trein aankwam en vertrok. We zien op deze foto een locomotief gebouwd door Beyer Peacock & Ltd. te Manchester. De locomotief is na aankomst uit Lage Zwaluwe losgekoppeld van de rijtuigen en op de draaischijf richting Lage Zwaluwe gezet. De locomotief liep vervolgens om en werd aan de rijtuigen gekoppeld. Men kon weer richting Langstraat stomen. De locomotief staat voor de loopbrug welke het 1e en 2e perron met elkaar verbindt. Vanuit het station loopt men nu nog rechtstreeks perron 1 op. Vanaf dat perron vertrok de trein richting Waalwijk. Het is het huidige perron 1a.    

Op de foto staan Sjaak Muller, Frans Pulles, Jan Maas, Ben van Willigenburg en Johan Janssen. Het waren jongens die de LTS in Den Bosch bezochten.

 

Ik mocht van mijn moeder wanneer wij per trein in Den Bosch aankwamen en verder moesten naar Eindhoven altijd staande op de loopbrug naar de treinbewegingen kijken. Mijn moeder ging in de restauratie van het station zitten. Het station was door oorlogshandelingen in de late herfst van 1944 grotendeels verwoest; een kop koffie drinken kon nog wel maar het station gaf wel een troosteloze aanblik. Ik heb mijn moeder wel eens gevraagd waarom ik alleen op die loopbrug mocht blijven terwijl zij aan de koffie zat. Haar antwoord was kort en duidelijk. Jan, je bent nooit een waaghals geweest en zal dat ook nooit worden. Ik heb van Van Lieshout begrepen dat je daar zowat elke dag als vijfjarige 's middags rond 13.00 uur op het perron te vinden bent. Verder kan ik je vanuit de restauratie een oogje in het zeil houden.

    

Voor familiebezoek in Raamsdonk namen we in de herfst- en wntermaanden de trein. Zo gingen we op zondag  nogal eens naar ome Janus van Velthoven en tante Drikka Broekmans. We brachten er heel de middag door en na er 's avonds boterhammen te hebben gegeten bracht ome Janus en mijn nichtje Nellie ons met de fiets vanuit de Luiten Ambachtstraat naar de trein. De locomotief was niet altijd een WD locomotief. Het is voorgekomen dat een locomotor de tractie richting Geertruidenberg verzorgde.

 

Mijn moeder en ik gingen in de tijd dat er nog personenvervoer op de lijn was met de trein niet alleen richting Den Bosch. We gingen ook met de trein van Geertruidenberg naar Lage Zwaluwe en daarna met de stoomtrein van Lage Zwaluwe naar Den Haag HS. In 1950 werd dit traject geelektrificeerd. De afstand Geertruidenberg-Den Haag HS was veel groter dan de afstand Geertruidenberg-Den Bosch. Er werden natuurlijk boterhammen belegd met ham en saucisse meegenomen; er waren ook eierkoeken van bakker Verschuuren voorzien van boter en suiker aanwezig al vond mijn oma dat botter en suiker al in de eierkoeken zat. Van dubbelop hield ze niet zo.

De boterhammen bestonden uit een snee wit en een snee tarwe (terrew) tegen elkaar. Voorzover ik weet hebben wij nooit in de stationsrestauratie van Lage Zwaluwe vertoefd als daar moest worden gewacht op de aansluiting naar Den Haag HS. Reizen van Geertruidenberg naar Lage Zwaluwe betekende reizen door de polder. Er werd gestopt te Made en Drimmelen en Hooge Zwaluwe. Hooge Zwaluwe had in die tijd, we schrijven 1949, een retirade, een station, een  goederenloods en een groot emplacement. Alles zag er behoorlijk verpauperd uit.

Richting Geertruidenberg zag men  na wachtpost 7 het grote emplacement van Hooge Zwaluwe. Daar werden o.a. suikerbieten ter vervoer aangeboden en in de wagons gestort. De suikerbieten gingen richting Zevenbergen. Na het emplacement volgde de overweg in de Moerseweg. Na die overweg lag links aan de Stationsstraat ter hoogte waar Koenig heeft gezeten het grote station van Hooge Zwaluwe. Daar is niet veel meer van terug te vinden. Ik ga er momenteel van uit (ik ga de tekeningen van het emplacement van Hooge Zwaluwe in het archief te Utrecht raadplegen) dat na bovengenoemde overweg een wissel lag waardoor de lijn zich voor het station vertakte naar twee perrons. Perron 1 liep langs het station. Het tweede perron begon ongeveer ter hoogte van de retirade en liep een heel eind door richting Geertruidenberg; uiteindelijk kwamen beide sporen via een wissel bij elkaar.

 

Als we naar Den Haag gingen, dat was meestal in de zomermaanden, logeerden wij bij de familie Van Son die toen in de Van Musschenbroekstraat woonde. Bij goed weer gingen we met de groene elektrische trein vanaf station Den Haag HS naar Scheveningen. Scheveningen had een desolaat station. Alles kapot en pauper door de oorlog. In 1953 werd het baanvak Den Haag HS-Scheveningen gesloten voor personenvervoer en vervolgens opgebroken. Het einde van het eerste geelektrificeerde baanvak in Nederland.

 

In 1949 het kan ook 1950 zijn geweest gingen de leerlingen uit de bovenbouw van de St. Antoniusschool c.q. jongensschool in de Koestraat op schoolreis. Het was een goed katholiek gebruik dat men met de jeugd naar de Passiespelen in het Noord Limburgse Tegelen ging; ook was de Heilige Landstichting soms het reisdoel. Er reed dan een speciale schoolreistrein naar Tegelen. Die trein kwam dan 's morgens vanuit Lage Zwaluwe naar Geertruidenberg gereden. Er stond natuurlijk een WD locomotief voor met daarachter heel veel rijtuigen. Het was het oudste materieel dat NS in de aanbieding had. De leerlingen van de St. Antoniusschool stapten in Geertruidenberg op de trein en hun ouders c.q. moeders zwaaiden hen buiten de hekken uit. Men was niet zo gesteld op al dat volk op het perron.

Elke onderwijzer had een coupe toegewezen gekregen en had een aantal leerlingen onder zijn hoede. Er waren leerlingen die niet bij een bepaalde onderwijzer in de coupe wilden zitten en dus zochten ze een andere coupe op.

Ook in Waalwijk en Vlijmen stapten leerlingen in de schoolreistrein.

 

Toen ik zelf op twaalfjarige leeftijd in de 6e klas van de St. Antoniusschool in de Koestraat zat was de H. Landstichting het doel van de schoolreis. Er vertrok geen schoolreistrein meer vanuit Geertruidenberg. Dus nu met de bus naar Den Bosch. Daar stond reeds de stoomtrein richting Nijmegen gereed.  

 

In april 1950 kreeg ik op mijn zesde verjaardag zowaar een fiets met twee wielen als cadeau. Ik was mijn driewieler ontgroeid. Het was een doortrappertje met dikke banden. Door dit fietsje werd mijn actieradius behoorlijk vergroot.   

Dus uit school om 12.00 uur eerst thuis eten en daarna met de fiets naar het station om vervolgens via het pad tussen het station en de retirade het perron op te rijden. Meneer van Lieshout vroeg dan aan mij of ik wel een perronkaartje had en of ze thuis wel wisten dat ik naar het station was gereden. Een perronkaartje had ik natuurlijk niet, ik wist niet eens wat dat was, en dan zei hij lachend tegen mij: "Kom maar naar de treinen kijken maar niet te dicht bij de perronwand komen he want daar komen ongelukken van."   

 

Ben Baars getrouwd met Cato Reiniers, eigenaar van de bioscoop in Geertruidenberg sinds 1928, maakte ook films over Geertruidenberg. Zo legde hij in 1949 o.a. het Bergse (school)leven vast op celluloid.

Ook ik werd gefilmd, en wel op de Bewaarschool Sint Jan bij de zusters in de Koestraat. Op 18 juli 1950 maakte Ben een film over het sociale- en culturele leven van Geertruidenberg. Hij had daartoe alle verenigingen, clubs en niet te vergeten de plaatselijke middenstand uitgenodigd om als stoet door Geertruidenberg te trekken. De stoet startte rond 19.00 uur vanaf hotel Stal aan de Markt.

Ik liep ook mee in die stoet, en wel als welp bij de Willem van Duivenvoorde groep. Toen wij over de Stationsweg richting brug liepen zag ik, toen we het station passeerden, een personentrein aankomen richting Den Bosch. Dit moet dan trein 1285 zijn geweest, die om 19.36 uur vanuit Geertruidenberg vertrok. Even later passeerde ons de trein ter hoogte van de goederenloods waar het sein op veilig stond. Het station was in die tijd, voor zover ik weet,  aan de linkerzijde begroeid met klimop.  

 

Ben Baars maakte een mooie film, maar kreeg kort later daarop wel commentaar van B&W van Geertruidenberg. Daar had Ben geen opnamen van gemaakt. Baars heeft toen alsnog B&W en de gemeenteraad gefilmd tijdens een raadszitting waarin ook gestemd werd.  

 

In 1950 hoorde ik van mijn moeder dat er in het dagblad De Stem stond dat er ingaande augustus 1950 niet meer met de trein naar Den Bosch of Zwaluwe gespoord kon worden. De trein is van de baan zei mijn  moeder; we zullen voortaan met de bus naar Den Bosch moeten. Zo kon het gebeuren dat op maandag 31 juli 1950 's avonds tijdens het avondeten tegen mij gezegd werd dat mijn moeder, een tante en een oom van mij de trein richting Den Bosch zouden gaan uitzwaaien op het station van Geertruidenberg. Ik wilde dolgraag mee. Men vertelde mij dat ik niet mee mocht omdat ik dan veel te laat op bed zou liggen. Blijkbaar is trein 1288 die om 22.00 uur vanuit Den Bosch richting Lage Zwaluwe stoomde ook nog uitgezwaaid. De volgende dag bleek dat verschillende klasgenootjes die avond tevoren wel op het perron van Geertruidenberg hadden gestaan om de trein uit te zwaaien. Toen ik dit 's middags vertelde zei men mij dat dit niet kon omdat men geen kinderen uit mijn leeftijdsgroep had waargenomen.

 

De families Berge en Hensen woonden links en rechts in wachtpost 14. Berge was lijnwerker en Hensen was belast met het sluiten en openen van de brug.

Na 31 juli 1950 verhuisde Hensen naar Zwijndrecht en kwam van Gils in hun huis wonen.

 

In augustus 1950 gingen we weer op vakantie naar Eersel. Er was toen geen personenvervoer meer op de lijn. Dus met lijn 22 naar Den Bosch. Met koffers reizen in een bus vond mijn moeder maar niks. Toen we half eind augustus 1950 weer naar Geertruidenberg reisden werd het vanaf Den Bosch weer buswerk. We stapten in Eersel op de BBA bus die uit Reusel grens kwam en gingen richting Eindhoven. In Eindhoven namen we de trein richting Den Bosch. We stapten in Den Bosch op lijn 22 richting Lage Zwaluwe. Men kon met lijn 22 via Waalwijk-Labbegat naar Waspik reizen. Men kon ook vanaf Waalwijk via Sprang en naar Waspik reizen. Als ik dan met mijn moeder met de bus van Waalwijk via Sprang naar Waspik reed zag ik hoe langs de Wendelnesseweg veel tuinders hun producten aanvoerden op een lorrie die op smalspoor reed; dat smalspoor eindigde loodrecht op bovengenoemde weg. Ik kreeg de idee in een spoorwegomgeving te zijn beland.  

 

Treinen hebben altijd mijn interesse gehad en dus werd op die interesse ook mijn speelgoed afgestemd. Treinen werden door mijn moeder in die tijd gekocht in Waalwijk, Den Bosch of Eindhoven. Het waren uurwerktreinen. Blikken speelgoed. Momenteel is dat speelgoed een vermogen waard.  Ik kreeg in 1952 ook treinen van de kinderen van de familie Van den Elshout die in die tijd in de Koestraat woonde. Op een gegeven moment had ik een grote verzameling locomotieven, wagons, rails en wissels. Van oma mocht ik mijn trein in de z.g.n. middenkamer leggen. Het was mijn speelkamer. Als mijn neefjes, ik had er talrijke, oma kwamen bezoeken moest ik van mijn moeder de trein opruimen. Volgens haar maakten die alles kapot en daar kocht je een trein niet voor volgens haar.

 

In 1953 verhuisden we naar een boerderij in de Wolfshoek in Drunen; daar was wel zoveel plaats voor mijn treinen. Die vervelende neefjes zag ik er ook niet meer. Ergo: alles kon blijven liggen.

In 1954 kreeg ik mijn laatste blikken trein. Het was zo’n turkooze Franse locomotief met drie wagons met een wit dak. In december 1955 kreeg ik mijn eerste elektrische trein. De trein werd gekocht in een winkel in Drunen die vlakbij de remise stond. Het was een eenvoudig locomotiefje met twee wagentjes d.w.z. een bagagewagen en een bierwagen. Ik had er liever twee personenwagens bij gehad maar die zaten niet in de doos. Mijn moeder betaalde voor dat Trix setje 29,95 gulden; in die tijd toch een astronomisch bedrag voor een Sint Nicolaas cadeau zou ik zeggen.

 

In Drunen ging ik elke middag naar de stoomtrein die met heel veel goederenwagens vanuit Den Bosch aankwam kijken. Ik voelde intuitief aan dat de stoomtrein welke ik elke middag in Drunen bewonderde op zijn retour was. Men zei tegen mij dat de personentrein nooit meer zou terugkeren in de Langstraat. Ik was het daar niet mee eens en zei dat er geen stoomtrein maar een dieseltrein zou gaan rijden. Inderdaad: de stoomtrein verdween en de dieseltrein c.q. dieselloc kwam. Maar niet de dieseltrein voor personenvervoer.

 

Na 31 juli 1950 deden we weinig boodschappen meer in Waalwijk en Den Bosch. Mijn (blauwe) communiepak voor Hemelvaartsdag 1951 is nog gekocht bij V&D in Den Bosch maar daarna vond mijn moeder het geslinger met lijn 22 welletjes. Voor kleren, gebak e.d. gingen we voortaan naar Breda en Oosterhout.

 

In Geertruidenberg kwam elke werkdag rond het middaguur nog steeds de goederentrein vanuit Lage Zwaluwe aan. Die trein vervoerde o.a. (nieuwe) fietsen die bij fietsenmaker Piet Stoop aan de Stationsweg werden afgeleverd. Mijn moeder had in 1951 een fiets bij Piet besteld. Het was een grijskleurige fiets. De fiets kwam aan in Geertruidenberg en mijn moeder vond dat de kettingkast beschadigd was. Piet legde uit dat e.e.a. tijdens het vervoer kon gebeuren. Mijn moeder nam daar geen genoegen mee en dingde 25 gulden op de prijs af.

 

Therus Snijders uit Raamsdonk liet in 1951, het personenvervoer was reeds gestaakt, een raccordement naar zijn steenkolen- en oliehandel aanleggen. Therus had al een aansluiting op de spoorlIjn. Want na het passeren van de overweg bij de halte Raamsdonk richting Geertruidenberg lag een rechtsuitgaand wissel. Langs dat rechtsuitgaand spoor lag de eerste kolenopslag van Snijders. Dit spoor boog weer met een wissel de Langstraatspoorlijn richting Geertruidenberg op.

 

Voor de tweede  kolen- en olieopslag werd in 1951 t.b.v. de firma Snijders een wissel in de overweg bij de halte Raamsdonk aangelegd. Een overweg met twee sporen dat was iets nieuws voor de Langstraatspoorlijn. Als ik dan weer eens op bezoek was bij mijn ome Janus in Raamsdonk ging ik met met Nellie en haar vriendinnen naar de nieuwe sporensituatie in Raamsdonk kijken. De broers van Nellie vonden het maar raar dat ik zo idolaat van die spoorlijn was. Ik dacht bij mezelf dat bovengenoemde werkzaamheden een voorbode waren van de personentrein die weer zou gaan rijden.

 

Toen het personenvervoer op de lijn verdwenen was verpauperde de lijn in snel tempo. De lijn was al in de jaren voor WO II niet moeders mooiste maar na 1950 ging het wel heel snel. De stations en bijgebouwen zagen er haveloos uit en op het 1e en 2e perron als dat aanwezig was tierde welig het onkruid. Eind vijftiger jaren begon men met het afbreken van het station en bijgebouwen te Hooge Zwaluwe. Ook de halte Made en Drimmelen viel onder de slopershamer. In Geertruidenberg werd de retirade afgebroken en verder ondergingen het station Capelle=Vrijhoeve met bijgebouwen hetzelfde lot.

 

In de eerste helft van de zestiger jaren werden de stations van Geertruidenberg, Waspik, Waalwijk, Drunen=Heusden en Vlijmen van de (spoorweg)kaart geveegd.  

 

Meer herinneringen.
Home.